![]()
home - bedrijf - corrosie en KB - KB
activiteiten - anti
fouling - inspecties
en metingen
KB CRITERIA
Wanneer wordt kathodische bescherming
toegepast?
De wenselijkheid om een
object kathodisch te beschermen hangt sterk af van de aard van het milieu
waarin het object zich bevindt. In Nederland komen grote verschillen voor in de
eigenschappen van bodem en water.
Kathodische bescherming
is wenselijk als:
Typische
milieuweerstanden:
|
Milieu |
Soortelijke weerstand (ohm.cm) |
Agressiviteit |
|
Zeewater |
20-50 |
Groot |
|
Zoetwater |
2000 - 3000 |
Matig tot groot |
|
Kleigrond |
500 - 2000 |
Groot |
|
Veengrond |
1000 - 8000 |
Matig tot groot |
|
Leem |
3000 - 10.000 |
Matig |
|
Zand |
10.000 - 500.000 |
Gering |
De functie van het te beschermen
object is medebepalend. Uit een oogpunt van milieuzorg zal eerder worden
besloten tot bescherming van olie- en gastransportleidingen, dan van
watertransportleidingen.
In veel gevallen wordt
toepassing van kathodische bescherming door de overheid vereist. Dat geldt
bijvoorbeeld bij ondergrondse opslagtanks en transportleidingen voor
aardolieproducten.
Criteria voor wanneer een object
beschermd is met kathodische bescherming
De aanvoer van elektronen
naar het object (kathode) maakt deze in potentiaal negatief. Voor staal is
vastgesteld dat, als de negatieve spanning van het te beschermen object meer is
dan 850 mV (gemeten ten opzichte van een Cu/CuSO4 referentie
elektrode), het object effectief beschermd is. Het meten van deze spanning
maakt het mogelijk om vast te stellen of het object voldoende is beschermd.
Voor deze potentiaalmeting wordt een speciale, niet polariseerbare halfcel
gebruikt.
De keuze van de toe te passen
referentie elektrode wordt veelal bepaald door het milieu. Bij niet-maritieme
constructies wordt koper-kopersulfaat (Cu/CuSO4) toegepast. Bij
maritieme constructies wordt zilver-zilverchloride (Ag/AgCl) of zink gebruikt.
In het schema hieronder, ontleend aan de Nederlandse Praktijkrichtlijn voor
kathodische bescherming (NPR 6912), zijn de diverse grenswaarden van de metaal
elektrolyt potentiaal (MEP) van staal bij drie typen referentie elektroden
weergegeven.
Foto: Ag/AgCl en Zink
referentie elektrode
|
Grenswaarden van de MEP voor ijzer en staal bij een referentie elektrode van: |
|||
|
Bovengrens in: |
Cu/CuSO4 |
Ag/AgCl |
Zink |
|
Aerobe omgeving |
-0,850 V |
-0,800 V |
+0,25 V |
|
Anaerobe omgeving |
-0,950 V |
-0,850 V |
+0,15 V |
Bij meting wordt de referentie
elektrode zo dicht mogelijk bij het te beschermen object geplaatst. Er moet
rekening worden gehouden met het spanningsverlies dat door de stroomdoorgang in
de bodem optreedt (I x R). Om het spanningsverlies te bepalen, is het voor
korte tijd uitschakelen van de kathodische beschermingsinstallatie een
bruikbare methode. De toegestane duur van deze onderbreking is afhankelijk van
de depolarisatie, die door milieu-omstandigheden wordt bepaald.
Terug naar kathodische
bescherming of KB systemen.
![]()
home - bedrijf - corrosie en KB - KB
activiteiten - anti
fouling - inspecties
en metingen